Zodra een overheidsopdracht is gegund, verschuift het speelveld van plaatsing naar uitvoering. En daar gelden de Algemene Uitvoeringsregels — het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 (KB Uitvoering). Dit KB is van toepassing op vrijwel elke opdracht en regelt de dagelijkse werkelijkheid van het contract: wanneer je betaald wordt, hoeveel borgtocht je stelt, wat er gebeurt bij vertraging, en hoe de oplevering verloopt.
Voor aannemers, leveranciers en dienstverleners is dit het document dat je financiële gezondheid tijdens de uitvoering bepaalt. Toch wordt het zelden even aandachtig gelezen als het bestek. In dit artikel bespreken we de kernbepalingen.
Betalingstermijnen
De betalingsregels zijn recent fundamenteel gewijzigd. Het KB van 12 augustus 2024, in werking getreden op 1 januari 2025, heeft de betalingstermijnen hervormd naar aanleiding van het arrest C-585/20 van het Hof van Justitie van de EU.
De oude regeling (vóór 2025)
De aanbesteder had twee termijnen: 30 kalenderdagen voor verificatie van de prestaties, gevolgd door 30 kalenderdagen voor betaling. De totale betalingstermijn kon dus oplopen tot 60 kalenderdagen.
De nieuwe regeling (vanaf 2025)
Verificatie én betaling moeten nu plaatsvinden binnen één behandelingstermijn van 30 kalenderdagen. Het onderscheid tussen verificatie en betaling is verdwenen. De aanbesteder moet binnen 30 dagen na ontvangst van de schuldvordering zowel de prestaties verifiëren als de betaling uitvoeren.
Deze wijziging geldt voor opdrachten die vanaf 1 januari 2025 zijn bekendgemaakt. Lopende opdrachten onder het oude regime behouden de oude termijnen.
Verwijlinterest
Als de aanbesteder de betalingstermijn overschrijdt, is van rechtswege verwijlinterest verschuldigd. De opdrachtnemer hoeft daar niet om te verzoeken — de interest loopt automatisch. Het tarief is de wettelijke interestvoet vermeerderd met acht procentpunten (conform de wet betalingsachterstand handelstransacties).
Borgtocht
De borgtocht is de financiële zekerheid die de opdrachtnemer stelt om zijn verplichtingen te garanderen.
Wanneer verplicht?
Een borgtocht is verplicht voor opdrachten vanaf 50.000 € exclusief btw. Onder die drempel kan de aanbesteder ervoor kiezen om een borgtocht te vragen, maar dat is niet standaard.
Hoeveel?
Het standaardbedrag is 5 % van de oorspronkelijke opdrachtsom exclusief btw, afgerond naar het hogere tiental. De aanbesteder kan in het bestek een lager percentage bepalen of de borgtocht volledig schrappen — dat hoeft sinds november 2023 niet meer te worden gemotiveerd.
Voor raamovereenkomsten bedraagt de borgtocht 3 % van de geschatte waarde, tenzij het bestek een ander percentage voorschrijft.
Vrijgave
Sinds het KB van 4 september 2023 is de vrijgave van de borgtocht automatisch. Bij de voorlopige of definitieve oplevering geeft de aanbesteder de borgtocht vrij zonder dat de opdrachtnemer daar apart om hoeft te verzoeken. De vrijgave moet plaatsvinden binnen 15 dagen na de oplevering.
Dit was een belangrijke versoepeling ten opzichte van de oude regeling, waar de opdrachtnemer zelf om vrijgave moest verzoeken en het proces regelmatig maanden aansleepte.
Transparantieverplichting
Sinds november 2023 is de aanbesteder verplicht om via een elektronisch formulier aan te geven of een borgtocht wordt gevraagd en voor welk bedrag (artikel 33/1 KB Uitvoering). Dit vergroot de transparantie voor inschrijvers.
Vertragingsboetes
Als de opdrachtnemer de uitvoeringstermijn overschrijdt, zijn vertragingsboetes verschuldigd. Die zijn geregeld in artikel 46 van het KB Uitvoering.
Berekening
De standaardboete bedraagt 0,1 % per kalenderdag vertraging, berekend op de waarde van de vertraagde prestaties. Het maximumbedrag is 7,5 % van de waarde van de opdracht of het betrokken gedeelte.
Vertragingsboetes worden automatisch toegepast bij het verstrijken van de uitvoeringstermijn — de aanbesteder hoeft geen proces-verbaal van vaststelling op te stellen. Ze zijn forfaitair: de aanbesteder hoeft geen schade te bewijzen.
Andere sancties
Naast vertragingsboetes kan de aanbesteder ook geldboetes opleggen voor gebrekkige uitvoering (artikel 45). Bij een eenmalig gebrek: 0,07 % van de opdrachtsom (minimum 40 €, maximum 400 €). Bij een gebrek dat onmiddellijk moet worden hersteld: 0,02 % per kalenderdag (minimum 20 €, maximum 200 €).
Bij ernstige tekortkomingen kan de aanbesteder overgaan tot ambtshalve maatregelen: uitvoering door een derde op kosten van de opdrachtnemer, verbreking van de opdracht, of uitsluiting van toekomstige opdrachten.
Oplevering
De oplevering is het moment waarop de aanbesteder vaststelt dat de prestaties conform het contract zijn uitgevoerd.
Voorlopige en definitieve oplevering
Bij werken wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen een voorlopige oplevering (bij voltooiing van de werken) en een definitieve oplevering (na de waarborgperiode). Bij leveringen en diensten is er doorgaans één oplevering.
De voorlopige oplevering sluit de uitvoeringsperiode af en start de waarborgperiode. Tijdens de waarborg blijft de opdrachtnemer aansprakelijk voor verborgen gebreken en conformiteitsfouten.
Aanvraag
De opdrachtnemer vraagt de oplevering aan zodra hij meent dat de prestaties voltooid zijn. Sinds de wijziging van 2023 geldt het verzoek tot oplevering tegelijk als verzoek tot vrijgave van de borgtocht.
Praktische tips
Vraag tijdig vrijgave van de borgtocht. Hoewel de vrijgave automatisch zou moeten zijn, is het in de praktijk verstandig om de aanbesteder actief te herinneren. Vijftien dagen na oplevering moet de borgtocht vrij zijn.
Documenteer alles. Bij vertraging of geschillen is documentatie je belangrijkste verweer. Houd een logboek bij van instructies, wijzigingen, wachttijden en weersomstandigheden (bij werken). Schriftelijke bevestiging van mondelinge instructies kan het verschil maken.
Ken je rechten bij vertraging door de aanbesteder. Als de vertraging niet aan jou te wijten is — de aanbesteder levert informatie te laat, geeft tegenstrijdige instructies, of wijzigt de scope — heb je recht op termijnverlenging en eventueel schadevergoeding. Meld dit schriftelijk en tijdig.